Patrick Deman

'Ik miste
eergevoel'
'We incasseerden drie te
vermijden doelpunten na evenveel individuele
fouten', zo analyseert trainer Patrick Deman.
'Diksmuide nam de geschenken in dank aan.
Het is voor wie er niet bij was niet te
geloven, maar wij schiepen voldoende kansen
om deze partij te winnen. Het gebrek aan
efficiëntie en maturiteit brak ons zuur op.'
'Ik miste bij een achterstand
ook een grote dosis eergevoel om te proberen
die scheve situatie recht te zetten. Ondanks
die zware cijfers werden we zeker niet van
de mat gespeeld.'
'Een schaduwzijde vormde de
uitsluiting van Michael Kissi, die slechts
veertien minuten op het veld stond. Ik had
hem voor Frederik Van den Abeele in de ploeg
gedropt omdat ik meer diepgang in ons spel
wou krijgen. Ik heb de bewuste fase rond de
rode kaart niet gezien, maar het is jammer
dat we binnen enkele weken opnieuw een
speler aan de kant moeten houden. Onze kern
is door de grote blessurelast al heel smal.
We kunnen iedere bijkomende afwezigheid
missen als kiespijn.'
'We moeten onze lessen trekken
uit deze partij en niet gaan panikeren. We
verloren maar drie punten.'
Ben je tevreden over de
jongeren?
Patrick Deman: 'Ik
speelde Efram Vansuypeene als centrale
verdediger uit in de plaats van Arnaut
Seghers omdat hij over meer snelheid
beschikt. Diksmuide beschikt over enkele
snelle jongens waartegen ik onze defensie
voldoende wou wapenen. Pieter Timmerman
toonde op de linksachter dat ook hij een
mooie toekomst heeft.'
'Beide jongens zullen wel
beseffen dat er nog een grote kloof gaapt
tussen competitie bij de U19 en in vierde
klasse. Zij proberen altijd mooi en
constructief uit te voetballen, hoewel het
soms is aangewezen om een lange bal richting
de spitsen te versturen.'
Was de goede bekercampagne
een vergiftigd geschenk?
'We zitten met een handvol
blessures opgezadeld maar dat kon ook op
training of in andere vriendschappelijke
wedstrijden gebeuren. We kunnen een veel
hoger niveau halen als iedereen terug is,
maar mogen met enkele jongens geen onnodige
risico's nemen.'
Art.
uit Het Nieuwsblad
Met dank aan Johan Pollet